26-03-18

Barceloneta - een kazernewijk voor vissers


Oude luchtfoto van Barceloneta. Centraal boven  de stierenarena El Torín (afgebroken in 1944), rechtsboven machinefabriek La Maquinista.
 
In Barcelona´s handels- en zeewijk La Ribera gingen tussen 1715 en 1718 zo`n duizend huizen tegen vlakte. Op hun plek bouwde de Vlaming Joris Prosperus van Verboom namens Filips V van Bourbon de ‘Ciutadella’. Een gigantisch stervormig fort, van waaruit voortaan 8000 soldaten de stad onder de Bourbon-duim hielden. Zo werden de Barcelonezen voor hun ontrouw gestraft. In de strijd om de Spaanse koningskroon hadden ze immers meegevochten aan de zijde van de Habsburgers en hun bondgenoten.


Het Barcelona tussen de muren 1716-1854, rechtsonder het Ciutadella- fort. Links El Raval.

Vervangende woonruimte
Filips wilde wel zorgen voor vervangende woonruimte. Citadelbouwer Verboom kreeg de opdracht voor het ontwerp van een nieuwe woonwijk, die buiten de stadsmuren moest verrijzen. 


Het plan werd om onduidelijke redenen niet uitgevoerd. De dakloze Ribera-bewoners kwamen terecht in El Raval - toen nog schaars bewoond - of in leegstaande huizen. Hele families waren immers gesneuveld tijdens het beleg van Barcelona door de troepen van Filips. Ook bouwden sommigen barakken op de plek waar de nieuwbouwwijk had moeten komen, de ziltige zandvlakte tussen de zee en wat tot circa 1480 het Illa de Maians was, een eilandje in zee net buiten het middeleeuwse Barcelona, (ongeveer waar nu het Estación de Francia staat).



Het Maians-eiland en  het opschuivende  strand van -Barcelona en, vanaf 1853, Barceloneta.


Knellende stadsmuren 
Pas in 1749 werd het oude plan voor Barcelenta weer tevoorschijn gehaald. Om een late goedmaker ging het niet. Het was bittere noodzaak. Het industriële tijdperk was begonnen, de bevolking groeide sterk en de stadsmuren knelden. En zo werd Barceloneta (‘Klein Barcelona’) alsnog gebouwd. Door een rasechte Spanjaard, Juan Martín Cermeño, die zich overigens wel liet leiden door de plannen van zijn illustere Vlaamse voorganger.


De eerste steen werd gelegd op 3 februari 1753. Een paar jaar verder telde Barceloneta al 300 huizen en 1570 bewoners – het merendeel ambachtslieden, vissers en havenarbeiders. Slechts 19 families waren afkomstig uit La Ribera.

Kazerne
Barceloneta stond onder rechtstreeks militair gezag en had de uitstraling van een kazerne: lange rechte huizenblokken met identieke woningen van elk ruim 64 m2 per verdieping. De straten links en rechts dienden als tuin annex binnenplaats. Elke woning had dan ook twee buitendeuren, hoekhuizen zelfs drie. Hoger bouwen dan twee woonlagen mocht niet; de kanonnen van de Ciutadella stonden weliswaar op de stad gericht, in noodgevallen moesten ze wel de zee kunnen bereiken. 



De eerste steen werd gelegd op 3 februari 1753. Een paar jaar verder telde Barceloneta al 300 huizen en 1570 bewoners 

De vraag naar woonruimte bleef groeien en veel huiseigenaren roken geld. Op elke verdieping kwam een familie (lees: pa, ma, rits kinderen, opa, oma et cetera). De volgende stap: een tussenmuur en dus ruimte voor vier huishoudens. Nu ja, ‘ruimte’: iedere familie huisde op 35 m2. Barcelona was voortaan de wijk van de cuartos de casa, de kwart-huizen.

Fabrieken
Het toestaan van een tweede verdieping in 1839 en zelfs een derde in 1868, een jaar voordat de Ciutadella werd afgebroken, bracht geen soelaas. Want inmiddels hadden de industriëlen Barceloneta ontdekt. Hun fabrieken zorgden voor nieuwe stromen bewoners. Boegbeelden van de wijk werden de gasfabriek Catalana de Gas (later Catalana de Gas y Electricidad) en de machinefabriek La Maquinista, waar maar liefst 1200 mensen werkten.



Catalana de Gas y Electricidad in de jaren zestig van de vorige eeuw.

Barceloneta werd hoger en hoger. In 1930 werd er zelfs al zeven woonlagen hoog gebouwd - al kwam de officiële toestemming daarvoor pas in 1958. Wie op een van de onderste verdiepingen leefde, zat de hele dag in het donker.

La Maquinista

De zware industrie is al vele jaren weg uit Barceloneta. Van Catalana de Gas staat de watertoren nog overeind en de metalen ring van de gashouder, van La Maquinista rest de toegangspoort. Wil je echter verder terug, naar het allereerste begin, dan kan dat. In de Carrer Sant Carles vind je het Casa de Barceloneta uit 1761 (nu ja, een paar stenen), het enige huis op de kop van een woonblok dat slechts twee woonlagen heeft.

Casa de Barceloneta 1761


Voor de leukste Barcelona fiets en wandeltours: Barcelona Revisited

BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona en Catalonië op onze Facebook pagina!

22-03-18

De Passeig de Gràcia, de herenstraat van Barcelona (3)

Een van de lampen van Pere Falqués aan de Passeig de Gràcia. Op de achtergrond Gaudí's Casa Milà.
 
 

Vleermuizen. Volgens sommigen zijn het enge beesten, volgens anderen gelukbrengers. Tot de laatste groep behoorde Jacobus I, die ze hier Jaume 1 noemen. Jaume was koning van Aragón en graaf van Barcelona. Maar dat was niet genoeg voor de ambitieuze jongeman, die niet voor niets bijnaam De Veroveraar kreeg. 

Jaume I (1213-1276), koning van Aragón, graaf van Barcelona en veel meer.


In 1237 was de stad Valencia aan de beurt. Vlak voor het zover was, glipte een vleermuis Jaume´s veldtent binnen. Valencia werd veroverd en het gelijknamige koninkrijk ingelijfd bij de Kroon van Arágon, zoals de federatie van Arágon en het graafschap Barcelona heette. Voortaan was de vleermuis Jaume´s talisman.



Sant Jordi
Pas  in de zeventiende eeuw verscheen de vleeermuis in het wapen van Barcelona, hoofdstad van het graafschap Barcelona. Reden waarom voor wapenschildvorsers vaststaat dat het Jaume-verhaal slechts een legende is. Volgens hen is de vleermuis geëvolueerd uit de in de Catalaanse landen  alom aanwezige draak van Sant Jordi. 

Sant Jordi in het Catalaanse regeringsgebouw.

Hoe het ook zij, om onduidelijke redenen verdween de vliegende muis in 1931 uit het wapen van Barcelona. Toch vind je zijn beeltenis nog altijd in de straten en op gebouwen van de stad. Bekend zijn de exemplaren op de 32 modernistische banken- met-lamp aan de Passeig de Gràcia. Nu ja, bekend: slechts de meest oplettende voorbijgangers zien ze. 


 In 1931 verdween de vleermuis uit het wapen van Barcelona

De man die in 1906 al dat moois ontwierp blijft meestal even anoniem. Aan de Passeig de Gràcia  staat immers ook Antoni Gaudí´s Casa Battló en Casa Milà. Dus zullen die lampen ook wel van Gaudí, zijn, denken velen onwillekeurig.

Arme Pere Falqués! Vleermuizen mogen dan misschien geluk brengen, bekendheid is een andere zaak. Niet iedereen kan Dracula (of Batman) zijn.


 De Passeig de Gracià is een regelmatige stop tijdens onze Barcelona Revisited fiets- en wandeltours!

BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona en Catalonië op onze Facebook pagina!

20-03-18

Columbus, Picasso en Bono in één straatje


Het is ogenschijnlijk een straatje van niks, maar de Carrer de la Plata, gelegen pal achter de oude haven van Barcelona, staat voor Geschiedenis met een grote G. De Carrer de la Plata komt uit op de Passeig de Colom en met die naam begint het al. 

Columbus
Want de befaamde ontdekkingsreiziger heette volgens Catalaanse historici dus mooi Colom. Jazeker, beweren zij, Columbus was een rasechte Catalaan, evenals de meesten van zijn bemanningsleden. Een van hen, Galvany, was zelfs de allereerste Europeaan die voet op de Bahama´s zette, de eerste ontdekking van zijn baas in 1492. Buiten werktijd moet matroos Galvany een huis bewoond hebben ‘ergens’ in de Carrer de la Plata.

Picasso
Ergens ook in dezelfde straat, op nummer 4 of 5, huurde pa Picasso in 1896 voor zijn veertienjarige zoontje Pablo diens allereerste atelier. De eigenaren van de voormalige tapasbar op nummer 3 dachten er - ongetwijfeld om commerciële redenen - anders over. Op hun gevel prijkt een levensgrote reproductie van een van Picasso´s bekendste schilderijen.





Picasso schilderde het niet in de Carrer de la Plata - in 1899 verkaste hij al naar een nieuw atelier- maar in een Frans Pyreneeëndorpje, tussen 1906 en 1907. Toen kunstcriticus André Salmon het schilderij in 1916 voor het eerst tentoonstelde, doopte hij het werk Les Demoiselles d’Avignon - in dit filmpje een uitgebreide analyse van het werk  - om een schandaal te voorkomen. 

Catalaanse hoertjes
Want de Franse juffertjes uit Avignon waren in werkelijkheid Catalaanse hoertjes uit een bordeel vlakbij de Carrer de la Plata, aan de Carrer d’Avinyó nummer 44. Picasso ging, jong als hij was, weleens ‘buurten’ bij de roze dames. Bordeelbezoek door late pubers was een maatschappelijk geaccepteerd verschijnsel in het Barcelona van eind negentiende, begin twintigste eeuw

Picasso was niet blij met deze fatsoensactie. Zijn leven lang noemde hij het schilderij steevast El burdel


De Franse juffertjes uit Avignon waren in werkelijkheid Catalaanse hoertjes

Bono

Haven betekent nu eenmaal Hoeren. Dat weet Pepe al weinig andere. Al vijf decennia staat hij achter de bar La Plata, op de hoek met de Carrer de La Mercè. Ook het pand zelf is Geschiedenis. Boven de deur prijkt de op één na oudste bouwjaarvermelding van een civiel gebou in Barcelona: ANY MDCXLVIII. 1648.


De kroeg zelf dateert van 1945. Vooral ’s ochtends aan de bar of aan een van de zes tafeltjes vind je nog steeds voormalige dokwerkers en vissers uit de tijd, een paar decennia geleden, dat een een paar meter verder de industriële haven van de stad lag.


 De heren genieten van hun wijntjes en van de vier befaamde tapas van La Plata – probeer de gefrituurde sardientjes, 'pescadito frito'!  En wie weet kom je Bono tegen. De zanger van de Ierse rockband U2 komt als hij in de stad is altijd even langs.








14-03-18

De Passeig de Gràcia, de herenstraat van Barcelona (2)


Palau Marcet nu. Links het Avenida Palace hotel, op de plek van de vroegere tuin.

We schreven het op deze blog al eerder: veel van de monumentale gebouwen aan de Passeig de Gràcia zijn niet de originele. Neem, op nummer 13, Palau Marcet. Op de plek van dit paleis – een van laatste in de Eixample – stond ooit een ander, eigendom van de Majorcaanse zakenman Llorenç Oliver, de graaf van San Juan de Violada - en nog eerder een ander gebouw.

In 1887 kocht ondernemer Frederic Marcet het paleis. Marcet was bepaald welgesteld. Hij had onder meer succes met de vishandel, deed in onroerend goed en sloot op de huwelijksmarkt een gouden deal door te trouwen met Dolors Planàs i Armet, dochter van een grootgrondbezitter in  el Guinardó. Een van Dolores’ broers was president van de maatschappij die de spoorweg exploiteerde tussen Tarragona en Port Bou in Frankrijk. Al gauw was Frederic Marcet vice-president van het bedrijf. Keep it in the family.


Dolores Quinta
Geld moet je uitgeven, vond de zakenklasse van Barcelona. Bij voorkeur aan woonpaleisjes en paleizen. Eerst kocht Marcet in het toen nog zelfstandige Horta een grote masia (landhuis) als zomerverblijf. Een deel van de gebouwen liet hij afbreken en van de stenen een grote toren bouwen. ‘Dolores Quinta’ hij het gevaarte liefkozend, als eerbetoon aan zijn vrouw.


Can Marcet in Horta, begin 20ste eeuw.

Je kunt de toren nog steeds zien staan als onderdeel van het (voormalige) klooster van de Salesianen, nu een school.
 

Happy few
Ook aan de Passeig de Gràcia toonde Marcet weinig respect voor het bestaande, in dit geval het toch niet bescheiden optrekje van graaf Oliver. De architect Tiberi Sabater moest het afbreken en een nieuw paleis bouwen.
Palau Marcet in 1893.

Het resultaat liet nog eens de immense rijkdom zien van de happy few van Barcelona. In en aan het in 1890 voltooide bouwwerk buitelden het classisisme en de Italiaanse Renaissance over elkaar heen. De centrale trap leidde naar de centrale salon, uitmondend in een terras dat weer uitkeek op een monumentale tuin. 


Spektakel
Een plek, die tuin, waar weinige jaren eerder de wilde beesten bivakkeerden van de Franse dompteur Jean Baptiste Bidel en zijn Exposición Zoölogica. De legende wil dat Bidel om zijn spektakel te propageren vanaf het Plaça Catalunya via de Rambla naar het Plaça de Sant Jaume liep. Op zich weinig bijzonder, ware het niet dat Bidel vergezeld ging van een leeuw, niet-aangelijnd en zonder muilkorf. 

Reclameposter Exposición Zoölogica


Waar of niet, dit verhaal, Bidel had succes. Hij bleef van half april 1877 tot na de Mercè-feesten van september dat jaar in Barcelona. 



 Geld moet je uitgeven, vond de zakenklasse van Barcelona; bij voorkeur aan woonpaleisjes en paleizen


Hot
Beesten-shows waren vanaf dat moment hot in Barcelona. Tijdens de Wereldtentoonstelling van 1888 waren er meerdere te bewonderen, waaronder weer de collectie van Bidel. Een kameel uit diens beestenbende liep zelfs mee in de optocht ter ere van de inwijding van het Columbus standbeeld, op 19 oktober dat jaar.  

Toen al werd er volop gesproken over een eigen dierentuin van de stad. Het Parc Zoològic de Barcelona opende op 24 september 1892, de verjaardag van stadsheilige Mercè. Haar concurrent Eulàlia was het er kennelijk niet mee eens: het regende die dag.  De tranen van Eulàlia
 

Europese allure
Terug naar het paleis aan de Passeig de Gràcia. De zakenman Josep Maria Padró kocht dit  in 1935 van de erven Marcet-Planàs. Padro wilde het paleis verbouwen tot een theater van Europese allure, maar de Spaanse Burgeroorlog voorkwam dat voorlopig. Pas in 1939, na afloop van de oorlog, kon architect Père Domenech met de verbouwing beginnen.
Het net geopende Teatro de la Comedia, begin jaren 40.

Of verbouwing: eigenlijk bleef alleen de voorgevel overeind staan. Teatro de la Comedia (1246 zitplaatsen) opende op 2 april 1941 met een voorstelling van El Carillón mágico (Het magische Carillon). Tien jaar later verrees op het terrein van de voormalige paleistuin hotel Avenida Palace. Het theater is sinds lang (1960) een bioscoop. 

Andere tijden, andere spektakelvoorkeuren.


Voor Barcelona fiets- en wandeltours: Barcelona Revisited

BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona en Catalonië op onze Facebook pagina!

06-03-18

De Passeig de Gràcia, de herenstraat van Barcelona (1)


De Passeig de Gràcia, circa 1920

De Eixample, Barcelona’s uit zo’n 700 achthoekige achthoekige blokkendozen bestaande stadsuitbreiding, kwam in 1860 maar traag op gang. Pas in de jaren 1880 versnelde het bouwtempo, tijdens een periode van ongebreidelde speculatie die de geschiedenis is ingegaan als de Febre d’Or (de goudkoorts). 

Stad van Modder
Een paar jaar later volgde de onvermijdelijk crash. Duizenden beleggers gingen failliet; honderden percelen bleven tot in de jaren 1890 onbebouwd. De straten van de Eixample waren tot 1905 ook nog eens ongeplaveid. Dat leidde tot Barcelona`s bijnaam Can Fanga (Stad van Modder), nog steeds in zwang in een groot deel van het Catalonië.


Camino de Jesús
De Eixample die we vandaag zien begon pas vorm te krijgen na 1900. Het rechterdeel, de Eixample Dreta, was voor de rijken  en absolute favoriet was de scheidingsweg met `Links', de Passeig de Gràcia.
De belangrijkste en breedste (42m)  straat van Barcelona had een bescheiden begin als de Camino de Jesús; de landweg die begon bij de stadspoort Portal d'Angel in de ommuurde stad en via het dorp Gràcia uiteindelijk eindigde bij de 9de -eeuwse  benedictijner abdij van Sant Cugat, het spirituele centrum van het toenmalige graafschap Barcelona. 



  
De straten van de Eixample waren tot 1905 ongeplaveid, Barcelona kreeg de bijnaam Stad van Modder
 De urbanisatie van de landweg begon in 1921 en kwam dankzij de Eixample in een stroomversnelling. Vanaf de eeuwwisseling werd de Passeig de Gràcia de favoriete vestigingsplaats van de rijke industriëlen en de aristocratie: wonen buiten het benauwde oude centrum, maar aangenaam dicht bij de bordelen in de Barrio Chino van volkswijk El Raval en  de burlesque theaters aan El Paral.lel.
 
Flanerende dames op de Passeig de Gràcia, begin 20ste eeuw


Dankbaar voor de oorlog
Op deze locaties verbrasten de Catelaanse industriëlen tijdens de Eerste Wereldoorlog, toen het neutrale Spanje oorlogsmaterieel en levensmiddelen leverde aan beide kampen, een deel van hun exorbitante winsten. "El Paral.lel is dankbaar voor de oorlog", luidde een populaire gezegde in die tijd. Vooral echter staken de heren hun geldl in de bouw van paleiswoningen aan de Passeig de Gràcia en directe omgeving. Kijk maar naar het bouwjaar van de panden: vele dateren uit periode 1914-1918.

Het zaad van de revolutie
In de periode 1914-1918 werd (mede) het zaad gezaaid voor de revolutie van 1936. Want wie er ook profiteerden van deze gouden jaren, de arbeiders niet. De massale toestroom van kapitaal leidde voor de fabrieksarbeiders tot  slechts een bescheiden loonsverhoging. 
Afkondiging van de staat van beleg tijdens de algemene staking van 1917.




De  prijzen voor basisgoederen ondertussen rezen de pan uit, omdat deze massaal werden uitgevoerd naar de strijdende partijen. Het gevolg was een daling van de levenstandaard van zo’n 25 procent voor de arbeiders.


BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona en Catalonië op onze Facebook pagina!

26-02-18

Het trage gif dat koffie heet


.
"Koffie zal een vergif zijn, maar zo langzaam dat ik het meer dan 80 jaar gebruik, vele malen per dag, en ik heb geen enkele stoornis in mijn lichaam opgelopen."
Bernard le Bovier de Fontenelle

Koffie is café, en die drank drinken Spanjaarden bij voorkeur in een café(taria), een bedenksel van de Turken. In 1475 ging in Constantinopel het eerste café open. De uitsluitend mannelijke clientèle genoot van het opwekkende brouwsel, dat niet alleen het lichaam, maar ook de geest verkwikt. Geen wonder dat de Arabieren koffie beschouwden als een gevaarlijke drug. In 1511 sloten op gezag van de Imans alle koffiehuizen van Mekka en later, in 1532, ook die van Caïro.


Heidens drankje
De Italianen brachten rond 1600 de koffie naar Europa, waar paus Clementius VIII het heidense goedje proefde en terstond goedkeurde voor christelijke consumptie. Een eeuw later telde bijvoorbeeld Engeland al 2000 cafés.

Spanje liet weer eens achter. Pas in 1764 opende in Madrid het eerste cafetaria. Barcelona volgde in 1781, met de zaak van de Italiaan F. Martinelli.



Wereldtentoonstelling
Weer veel later,  vanaf begin 20ste eeuw, zochten de Zuid-Amerikaanse koffietelers nieuwe afzetgebieden. In 1929  kreeg de Spanjaard Germán de Erausquin - op de terugweg van een zakenreis naar Uruguay - opdracht van de Braziliaanse regering  de nationale koffie te promoten op de Wereldtentoonstelling in Barcelona. Meer dan een miljoen kopjes koffie gingen gratis over de tentoonstellingstoonbanken; koffie die afkomstig was uit de gloednieuwe Bracafé-branderij aan de carrer Conte d’Urgell. 



Jaren twintig sfeer
Het Spaanse succes van de Bracafé zorgden voor gelijknamige cafetaria´s in grote steden als Bilbao, Madrid en uiteraard Barcelona. Die op de hoek van carrer Casp en de Passeig de Gràcia ademt nog de sfeer van jaren twintig. Aan de muren uitspraken van 'Vips' over koffie, zoals het citaat boven dit stukje, afkomstig van de Franse filosoof en smulpaap
Bernard le Bovier de Fontenelle

Oorspronkelijk waren deze wijsheden in het Spaans gesteld, maar tegenwoordig is die taal ingeruild voor het Catalaans, een vorm van geschiedvervalsing die je wel meer ziet in het Catalonië van nu.



Meer dan een miljoen kopjes koffie gingen gratis over de tentoonstellingstoonbanken
Bernard le Bovier le Fontanelle stierf in 1857, een maand voor zijn honderste (!) verjaardag, dus hij had vast gelijk met zijn these over koffie als uiterst langzaamwerkend gif. En wie weet waren de talloze aardbeien die Fontenelle naar verluidt verslond gedurende zijn lange leven het ideale tegengif.
 Bracafé, Carrer Casp 2

 
Cortado, café solo, carajillo....

Wegwijzers in de Spaanse koffie-jungle:

Get Your Coffee Right

Get Your Coffee Right 2





BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona en Catalonië op onze Facebook pagina!

04-02-18

Gaudí en de geest uit de fles




Geboortegevel (detail)

Aardig artikel over de aanstaande schoonmaak van de geboortegevel van Gaudí Sagrada Família in de Catalaanse krant La Vanguardia vandaag. Ter voorbereiding van de opknapbeurt – aanvangsdatum nog onbekend- is de afgelopen tijd een gedetailleerd 3D-model gemaakt van de gevel, gebouwd tussen 1892 en 1930 en in de loop der bedekt onder een grauwe laag ‘tand des tijds’. 

Alcohol
Tijden het onderzoek kwamen leuke details boven water. Sommige hebben zelfs met water te maken. Zo blijken de twee zuilen tussen de drie portieken van de gevel niet slechts zuilen maar ook regenpijpen. Het regenwater vloeide ooit uit de bekken van de schildpadden aan de basis van de zuilen. Tot bij latere werkzaamheden de zuilen - stom, stom, stom! - aan de bovenkant werden bedekt.


Behalve water lijkt er ook alcohol in het spel te zijn. Het groene glas op de vier façade-torens is soms van prestigieuze Orsoni-makelij, maar ook afkomstig van ondermeer cava-flessen - de eerste cava dateert van 1872



Waarmee Gaudí’s uitspraak dat de ‘spirit’ het materiaal moet overwinnen toch een licht-alcoholische draai krijgt.


Zijaanzicht van de geboortegevel in 1930, het jaar van de voltooiing.
 


Echte mensen
En nu de geest toch uit de fles is: een nog jonge Gaudí schreef in zijn dagboek dat het dwaas is om te proberen een fictief object af te beelden. Een regel die hij zijn hele leven trouw bleef. Dus ging hij voor de heiligen, goeierds en slechteriken die de geboortegevel moesten sieren op zoek naar ‘echte mensen’.


 Een alcoholische begrafenisondernemer poseerde als de discipel Judas



Daarbij kwam nogal wat alcohol te pas. In die zin dat voor verrader Judas ene Josep poseerde. Dat klinkt verwarrend, maar deze Josep was geen timmerman, maar een alcoholische begrafenisondernemer die later overleed aan een delirium tremens. En een reus met 6 tanden - ‘6, dat is 666, het getal van de duivel’, juichte Gaudí van binnen, 'ideaal als onschuldigen afslachtende Centurion!' - werd gevonden in een bar.
'De reus met de 6 tanden'

 


Het is maar een fantasie, maar mogelijk kwamen dergelijke drankzuchtigen voor hun poseersessie naar Gaudí’s atelier met een fles goede cava in de hand. Model staan maakt tenslotte dorstig.


 “Laat die lege fles – of flessen - maar hier”, zal Gaudí, die zelf geen druppel dronk, dan uren later gezegd hebben. “Daar kan ik wel iets mee.”










 


BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona en Catalonië op onze Facebook pagina!

09-10-17

Iedereen zijn Lluís Companys


Het kon niet uitblijven. Met het naderen van het Uur U van de Catalaanse onafhankelijkheidsbeweging wordt ook Lluís Companys ingezet. De Catalaanse Martelaar-President is voor vele politieke doelen bruikbaar.


"Als Carles Puigdemont dinsdag de Catalaanse onafhankelijkheid uitroept, dan kan hij eindigen zoals Lluís Companys 83 jaar geleden."
Aldus woordvoerder Pablo Casado van de regerende Partido Popular  tijdens een persconferentie vandaag.

Joan Tardà, woordvoerder in het Spaanse parlement van Esquerra Republicana Catalunya (ERC; in de jaren dertig mede-opgericht door Companys) reageerde op Twitter:
“Ja, Pablo Casado, we weten hoe het afliep met onze President Companys, gefusilleerd door het leger. Maakt het je gelukkig om onze weerloze volk daaraan te herinneren?”

Casado had het over de gevangenisstraf die Companys in 1934 kreeg na het eenzijdig uitroepen van een Catalaanse staat; Tardà over het fusilleren van de Catalaanse president door het Franco-regime in 1940.
De figuur Lluís Companys (1882 -1940) is sinds diens dood vaker ingezet voor eigen politieke doeleinden, zo leert de geschiedenis



Lluís Companys, de 'Catalaanse heethoofd'.
Voor Catalonië!
Op 26 januari 1939 nemen Franco´s troepen Barcelona in. Drie dagen eerder heeft Catalaanse president Lluís Companys met zijn regering de stad verlaten. Begin februari vlucht hij naar Frankrijk.  Op 13 augustus 1940 leest Companys in Vies des Saints (Heiligenlevens) in zijn woning in het Bretonse Baule-les – Pins, die hij deelt met zijn vrouw, Carme Ballester.

Dan gaat de bel. De Gestapo. Companys wordt uitgeleverd aan het Franco-regime en belandt na vijf weken in geïsoleerde gevangenschap in Madrid uiteindelijk in zijn kasteel op de Montjuïc in Barcelona. Het proces daar op 14 oktober duurt 45 minuten. Companys wordt ter dood veroordeeld voor ‘militaire rebellie' en de volgende ochtend gefusilleerd. 'Per Catalunya!' (Voor Catalonië!), roept hij terwijl de geweren knallen. Benjamín Benet, Catalaan en lid van Franco´s Policía Armada (de beruchte ‘grijzen’), geeft hem het genadeschot. 


Lluís Companys op de binnenplaats van het Montjuíc-kasteel, kort voor zijn executie.

In Catalonië kwam de mythe van de Catalan hothead moeizaam tot leven

Dat betekent het einde van het leven van de Catalaanse president, maar ook van diens politieke biografie. Zo werden - onder veel meer - Companys onbesuisde uitroepen van de Catalaanse Staat (1934, de reden van zijn gevangenisstraf), zijn discutabele rol in de sociale revolutie van 1936, en het mislukken daarvan in 1937 irrelevant. Voortaan was Lluís Companys Martelaar-President.


Ruimhartige geste
‘God en de geschiedenis zullen oordelen over zijn daden. Wij Catalanen zullen zijn dood nooit vergeten’, schreef de naar Frankrijk uitgeweken Joan Antoni Güell, in zijn Journal d'un expatrié catalan 1936-45. (1946). 

Een ruimhartige geste van Güell, lid van de befaamde dynastie. De man was immers in 1931 namens de conservatieve Lliga Regionalista burgemeester van Barcelona. Totdat op 14 april 1931 Lluís Companys de Republiek uitriep, nog voor dat dit later die dag in Madrid gebeurde. Plaats van handeling was het balkon van het stadhuis aan het Plaça de Sant Jaume. Binnenin het stadhuis hadden partijgenoten van de ERC Companys even eerder de burgemeesterstaf in handen gedrukt, onder de voorzichtige protesten van Antoni Martínez i Domingo, die de honneurs waarnam voor de afwezige Guëll.

Dodenmis
In Catalonië zelf kwam de mythe van de Catalan hothead (Time, 1936) moeizaam tot leven. In de jaren 40 en 50 herdachten slechts Companys oude ERC-makkers op 15 oktober jaarlijks diens dood, uiteraard clandestien. Pas in de jaren zestig won met de opkomst van de brede verzetsbeweging tegen Franco ook Companys en vooral diens sterven aan belang. In 1965 werd zijn 25ste sterfdag uiteraard nog steeds clandestien maar groots en vooral breed herdacht. Illegale kranten kwamen die dag met artikelen over Companys’ leven en sterven. In de straten van Barcelona verschenen posters met zijn beeltenis. Aan de Diagonal organiseerden de Kapucijnen van het Pompeia-convent een dodenmis.


 Met de komst in 1980 van een eigen parlement hadden de meeste Catalaanse politieke partijen geen behoefte meer aan een eigen nationale martelaar



Een jaar later verscheen de eerste Companys-biografie, geschreven door linkse Catalanist Manuel Viusà. Een Companys-herdenking door linkse Catalinisten en Communisten in Lleida, hoofdstad van Companys thuisprovincie, werd in 1970 door het Franco-regime verijdeld. In de jaren daarna groeide Companys faam als symbool van verzet alleen nog maar. Het was de tijd waarin de roep om de her instelling van het Catalaanse Autonomiestatuut steeds sterker werd, dankzij de impuls van de invloedrijke verzetsbeweging Assemblea de Catalunya.

Grote hoogten
Dat Autonomiestatuut kwam er uiteindelijk in 1980, vijf jaar na de dood van Franco. In
de tussenliggende tijd was Companys ster gestegen tot grote hoogten gestegen. Heel politiek Catalonië, links en rechts, deed mee aan de verering, inclusief de Christen-Democraten van Unió Democràtica de Catalunya (UDC) en Convergència Democràtica de Catalunya (CDC)  liberale partij van Jordi Pujol, de latere president van Catalonië, die later samen als Convergencià i Unió (CIU) zouden optrekken. 


Gedeelte van de Fossar de La Pedrera op de Montjuïc.

Beide partijen waren in 1976 zelfs medeorganisatoren van de Companys-herdenking op de Fossar de La Pedrera, het massagraf op de Montjuïc-heuvel in Barcelona waar het lijk van Companys zou worden gedumpt - samen met de stoffelijke resten van 1700 anderen door het Franco-regime geëxecuteerden. Companys zuster Ramona slaagde er echter in - mogelijk door omkoping- om het lichaam van haar broer geplaatst te krijgen in een nis (nummer 7128) op de reguliere begraafplaatsen. In 1978, bezocht de teruggekeerde president in ballingschap Josep Tarradellas (hoofd op dat moment van een ‘voorlopige’ Generaliat) op 15 oktober het graf van de man waaronder hij minister was.

Ritueel
Het was het begin van een jaarlijks terugkerend ritueel. Niettemin verloor Companys in de jaren daarna veel van zijn politieke belang. De figuur Companys herinnerden de Catalanen aan de wonden die de Spaanse staat hun land had aangedaan. Toen in 1980 Catalonië ook weer een eigen parlement kreeg, hadden de meeste politieke partijen echter geen behoefte meer aan een eigen nationale martelaar. Bovendien waren de verkiezingen gewonnen door Jordi Pujols CIU, een partij die net als eerder de Lliga Regionalista zich vooral sterk maakte voor een sterk Catalonië binnen Spanje. 

Het mausoleum van Lluìs Companys op de Fossar de La Pedrera.

 In 1991 wist slechts 34 procent van de Catalanen wie Companys was

Companys' eigen ERC speelde jarenlang geen politieke rol van betekenis. Herhaaldelijk pogingen van de partij voor een monument voor de Martelaar-President werden genegeerd, zowel door de CIU-regering als door de socialistische gemeenteraad van Barcelona. In 1991, een jaar na een tamelijk grootscheepse herdenking (tentoonstelling, concerten etc.) van Companys’ 50ste sterfdag wist slechts 34 procent van de Catalaanse bevolking wie hij was, zo bleek uit een onderzoek van de het Catalaanse instituut Fundació Acta.


Precedent
Wel werd tussen 1984 en 1990, zoals eerder beloofd door de Catalaanse autoriteiten, de Fossar de Pedrera herschapen in een monument voor de slachtoffers van het Franco-regime. Companys resten werden hier in 1985 in een mausoleum geplaatst.


 Pogingen van ERC om het doodvonnis van Companys nietig te laten verklaren stuitten echter op indirect verzet van het Pujol-bewind. In maart 1985 nam het Catalaanse parlement een ontwerpresolutie aan, alhoewel ‘Madrid’ de uiteindelijke bevoegdheid tot nietigverklaring zou hebben. In oktober datzelfde jaar kwam de regering-Pujol echter met eigen resolutie, die de onwettigheid van Companys' doodvonnis weliswaar bevestigde, maar tegelijk stelde dat 'de rechten van alle onschuldige slachtoffers van de burgeroorlog – gesymboliseerd door het offers van degene die hun president was geweest – al waren hersteld in het licht van rechtvaardigheid en gelijkheid'.

 Pogingen van ERC om Companys' doodvonnis nietig te laten verklaren stuitten op indirect verzet van het Pujol-bewind


Waarmee een conflict met de centrale regering in Madrid werd voorkomen. Legale nietigverklaring van Companys doodvonnis zou immers een precedent scheppen, met niet te overziene gevolgen voor het Spaanse juridische systeem.


Wet op de Historische Herinnering
De Catalaanse verkiezingen van 2003 maakte een eind aan 23 jaar onafgebroken CIU-hegemonie. In de jaren ernaar deed ERC nieuwe pogingen tot nietigverklaring van Companys doodvonnis, gesteund door de belofte van de socialistische Spaanse premier Rodríguez Zapatero  - wiens grootvader tijdens de burgeroorlog werd gefusilleerd door soldaten van Franco. De premier beloofde te zorgen voor eerherstel voor en steun aan de slachtoffers van het Franco-regime. Zapatero en zijn vice-president Lopéz de Vega kwamen in 2004 zelfs opdraven bij de jaarlijkse Companys-herdenking op de Montjuïc.


De Wet op de Historische Herinnering werd uiteindelijk in december 2007 door het Spaanse parlement geloodst in een sterk verwaterde versie, waarin bijvoorbeeld de financiering van de ontruiming van de talloze massagraven niet was vastgelegd. De ERC-fractie in het parlement stemde tegen, de CIU was voor.
Lluís Companys achter de tralies na de gebeurtenissen van 1934.

Twee jaar later werd de zaak-Companys wat betreft de Zapatero-regering definitief gesloten. Companys werd persoonlijk gerehabiliteerd, maar elke mogelijkheid tot nietigverklaring van het vonnis in de toekomst uitgesloten.

De ERC, op dat moment samen met de IVC en de PSC aan de macht in Catalonië, legde zich hier niet bij neer. in 2013 onderzocht een Argentijnse rechter de Franco-misdaden. Een onderzoek zonder gevolgen tot nu toe. Naar aanleiding van het Argentijnse onderzoek vroeg Interpol de Spaanse regering om uitlevering van voormalige Franco-ministers. De PP-regering legde het verzoek naast zich neer.

Hot hot hot
Driekwart eeuw na zijn dood was de Catalaanse heethoofd plotseling weer hot hot hot, binnen de al oververhitte Catalaanse onafhankelijkheidsbeweging. Companys grootste bewonderaar kwam in 2015 zelfs uit CDC-kringen:  Artur Mas, op dat moment president van Catalonië. 'Slechts vijf presidenten scheiden mij van Lluís Companys', schreef Mas dat jaar in een artikel getiteld Hommage aan een verdediger van de Catalaanse instituties in de Franse krant Libération van 12 augustus, de datum waarop veertig jaar eerder de arrestatie van Companys plaatsvond. 'Companys’ mandaat was niet gemakkelijk'  stelde Mas. 'President Companys moest niet alleen vechten tegen de fascistische rebellie van Generaal Franco, maar ook tegen een Spaanse regering die weinig respectvol stond tegenover de identiteit van Catalonië en de Catalaanse instituties.'


Misleiding
Op 12 september dit jaar (één dag na ‘La Diada’,  Catalonië’s nationale herdenkingsdag) verklaarde het Spaanse parlement Lluís Companys doodvonnis eindelijk nietig. De Partido Popular, voortkomend uit het Franco-regime, stemde tegen. Companys’ 'eigen' ERC ook, omdat de nietigverklaring geen juridische gevolgen heeft. Daarvoor is een aanpassing van de Wet op de Historische Herinnering nodig. "Een misleiding", noemde Joan Tardà de nietigverklaring.


'Madrilenen! Catalonië houdt van jullie.' Propagandaposter van de Catalaanse regering tijdens de Spaanse Burgeroorlog.

“Voor mij is Lluís Companys geen symbool”, zei parlementslid Alicia Sánchez Camacho, jarenlang leider van de PP in Catalonië, de dag van de stemming in het parlement. “En hij was evenmin de president van alle Catalanen.”
 

Dat laatste, vinden vele Catalanen van nu, heeft Carles Puigdemont in ieder geval met zijn illustere voorganger gemeen. 

Barcelona Revisited - speciale fiets- en wandeltours door Barcelona
.


BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona en Catalonië op onze Facebook pagina!